Advocaat Tim Van Cauter

Advocaat Waregem: Tim Van Cauter


Wettelijke verankering van de imprevisieleer in het privaat aannemingsrecht?!

- Juli 2018 -
Na decennialange debatten ziet het ernaar uit dat de imprevisieleer wettelijk wordt verankerd in het privaat aannemingsrecht. De partij die geconfronteerd wordt met onvoorziene omstandigheden, die de uitvoering van haar verbintenissen ernstig bemoeilijken, zou hierdoor meer juridisch houvast moeten krijgen. Een belangrijke rol wordt evenwel toebedeeld aan de feitenrechter .

 

Wat is de imprevisieleer? De imprevisieleer houdt in dat na de totstandkoming van de overeenkomst abnormale en redelijkerwijze onvoorzienbare omstandigheden zich voordoen die niet aan de fout van één van de partijen toe te schrijven zijn maar die de nakoming van de verbintenissen door één van de partijen weliswaar niet onmogelijk maken, maar wel in aanzienlijke mate verzwaren of bemoeilijken, waardoor het contractueel evenwicht ernstig wordt verstoord. Voorbeeld: de weerslag van een plotse en belangrijke stijging van een grondstofkost op de overeengekomen aannemingsprijs.

In het publieke aannemingsrecht: De imprevisieleer is in het Belgisch publiek aannemingsrecht of het overheidsopdrachtenrecht al geruime tijd wettelijk verankerd[1]. Het huidige publieke aannemingsrecht voorziet zelfs uitdrukkelijk dat zowel de aanbesteder[2] als de opdrachtnemer[3] zich op onvoorzienbare omstandigheden kan beroepen om het contract te wijzigen.

In het private aannemingsrecht: In tegenstelling tot verschillende Europese rechtsstelsels is de imprevisieleer in het Belgisch privaat aannemingsrecht niet wettelijk verankerd[4]. Partijen zijn derhalve genoodzaakt de toepassing van de imprevisieleer contractueel te voorzien indien ze het contract na contractsluiting wensen aan te passen ingevolge onvoorzienbare omstandigheden.[5]

Toekomst? Het voorontwerp van wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek voorziet in zijn artikel 5.77 in een wettelijke verankering van de imprevisieleer[6]. Het uitgangspunt blijft dat de partijen hun verbintenissen moeten nakomen ook al is de uitvoering ervan door onvoorzienbare omstandigheden meer bezwarend geworden. Een contractspartij die evenwel kan aantonen dat deze omstandigheden beantwoorden aan de 5 vereisten zoals voorzien in het tweede lid van artikel 5.77 (bvb. de verandering was onvoorzienbaar bij de contractsluiting en deze verandering is niet aan haar toerekenbaar) kan aan de andere contractspartij verzoeken om het contract opnieuw te onderhandelen met het oog op het herstel van het contractueel evenwicht.

Bij afwijzing of mislukking van de heronderhandelingen kunnen de contractspartijen of één van hen de bevoegde rechter vatten hetzij om het contract aan te passen hetzij om het contract geheel of gedeeltelijk te beëindigen.

Praktisch belang: de voorziene wettelijke verankering van de imprevisieleer heeft minstens om twee redenen een praktisch belang.

Ten eerste impliceert de wettelijke verankering dat contractspartijen in hun aannemingscontract de toepassing van de imprevisieleer uitdrukkelijk zullen moeten uitsluiten, bij gebreke waaraan artikel 5.77 van toepassing zal zijn op hun contract[7].

Ten tweede kent artikel 5.77 een ruime bevoegdheid toe aan de feitenrechter. Vandaag is het doel van de rechterlijke tussenkomst, in geval van discussies omtrent de toepassing van de imprevisieleer, het voortbestaan van de overeenkomst: door een corrigerende ingreep van de rechter, wordt de uitvoering van de overeenkomst verder mogelijk gemaakt. In de toekomst zal de rechter de overeenkomst ook geheel of gedeeltelijk kunnen beëindigen[8].  

 

[1] Art. 16, §2 AAV (d.i. de bijlage bij het KB van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, BS 18 oktober 1996) en art. 56 van het KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, BS 14 februari 2013 (hierna het ‘KB AUR’).

[2] Art. 38/2 van het KB AUR, zoals ingevoegd door het KB van 22 juni 2017.

[3] Art. 38/9, §2 van KB. AUR, zoals ingevoegd door het KB van 22 juni 2017.

[4] Zie art. 1196 C. civ. Fr.; art. 313 BGB en art. 6:258 NBW. In de ‘Unidroit Principles of international commercial contracts’ en in de ‘Principles of European contract law’ wordt de imprevisieleer eveneens erkend.

[5] Sinds het arrest van 19 juni 2009 zette het Belgische Hof van Cassatie wel de deur op een kier om ook in het Belgisch intern recht de imprevisieleer te aanvaarden(Cass. (1e k.) AR C.07.0289.N, 19 juni 2009 (Scafom International BV / Lorraine Tubes SAS), DAOR 2010, afl. 94, 149, noot Philippe D. en TBH 2010, afl. 9, 879, noot Malfliet J. Zie ook Cass. 12 april 2013, TBBR 2013, afl. 9, p. 478.

[6] Voorontwerp van wet tot invoering van een burgerlijk wetboek en tot invoeging van boek 5 ‘verbintenissen’ in dat wetboek. Het voorontwerp werd op 30 maart 2018 goedgekeurd door de ministerraad en doorloopt thans de parlementaire procedure.

[7] Artikel 5.77 is van aanvullend recht. Partijen kunnen hiervan afwijken of de toepassing zelfs contractueel uitsluiten. Doen ze dit niet dan is artikel 5.77 aanvullend van toepassing.

[8] Met dank aan dhr. A. Yildirim (student rechten UGent en zomerstagiair bij het kantoor in juli 2018) voor de voorbereiding van de tekst.

 

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • overheidsopdrachtenrecht
  • privaat aannemingsrecht
  • vastgoedrecht
  • vastgoedfiscaliteit
  • Ik heb de privacyverklaring gelezen en aanvaard