Advocaat Tim Van Cauter

Advocaat Waregem: Tim Van Cauter


Aannemers in de bouwsector moeten vanaf 1 januari 2019 in het Vlaams Gewest hun beroepsbekwaamheid niet langer aantonen

- November 2018 -
De Vlaamse Regering schaft per 1 januari 2019 het vereiste bewijs van beroepsbekwaamheid voor een tiental bouwberoepen af. Deze afschaffing komt de juridische bescherming van de bouwheer niet ten goede.

Nieuwe regeling. Vanaf 1 januari 2019 heeft een Vlaamse aannemer géén bewijs van beroepsbekwaamheid meer nodig om één van de volgende activiteiten uit te oefenen[1]: 1) ruwbouwactiviteiten, met name metsel-, beton- of sloopwerken; 2) stukadoor-, cementeer- en dekvloeractiviteiten, 3) tegel-, marmer- en natuursteenactiviteiten, 4) dakdekkers- en waterdichtingsactiviteiten; 5) schrijnwerkers- en glazenmakersactiviteiten; 6) eindafwerkingsactiviteiten, met name schilder- en behangwerken en het plaatsen van soepele vloerbekleding; 7) installatieactiviteiten voor centrale verwarming, klimaatregeling, gas en sanitair; 8) elektrotechnische activiteiten; 9) algemene aannemingsactiviteiten; 10) de activiteiten als installateur-frigorist.

Reden van de afschaffing. De vereiste om als aannemer zijn beroepsbewaamheid te bewijzen teneinde toegang te krijgen tot het gewenste bouwberoep is vervat in de zogenaamde vestigingswetgeving[2]. De vestigingswetgeving is er onder meer gekomen ter bescherming van de particuliere bouwheer, in casu dat hij erop kan vertrouwen dat de aannemer, waarop hij een beroep doet voor de uitvoering van aannemingswerken, over voldoende kwalificaties beschikt om de opdracht volgens de regel van de kunst uit te voeren.

Deze vestigingswetgeving staat reeds enige tijd onder druk sinds de invoering van een Europese richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties[3]. Deze richtlijn gaat uit van het basisprincipe dat zij die recht hebben om in hun lidstaat van oorsprong een beroep uit te oefenen, datzelfde beroep, onder bepaalde voorwaarden, ook moeten kunnen uitoefenen in een andere lidstaat (bvb. België). Dit kadert onder meer in het vrij verkeer van diensten en de vrijheid van vestiging in de interne markt.

De Vlaamse Regering meent dat de Vlaamse aannemers door de toepassing van deze federale vestigingswetgeving wordt gediscrimineerd: het bewijs van o.m. de vereiste beroepsbekwaamheid zou immers enkel kunnen worden opgelegd aan de Vlaamse aannemer maar niet aan een aannemer uit een ander EU-land. Hoewel bouwfederaties hebben aangedrongen om een hervorming in plaats van een afschaffing, schaft de Vlaamse regering[4] zonder meer het KB van 29 januari 2007 af dat voorziet in het vereiste bewijs betreffende de beroepsbekwaamheid van de aannemer.

Gevolg. De vestigingswetgeving voor aannemers van bouwwerken, met inbegrip van het voormelde KB van 29 januari 2007 wordt van openbare orde geacht. Een gevolg hiervan is onder meer dat een aannemingsovereenkomst absoluut nietig is, indien de betrokken aannemer de vestigingswetgeving miskent[5]. Deze nietigheidssanctie wordt door de rechtspraak doorgaans streng toegepast[6]. Door de afschaffing in het Vlaamse Gewest vanaf 1 januari 2019 van het vereiste bewijs van beroepsbekwaamheid van de aannemer[7] kan de bouwheer op deze sanctie niet langer een beroep doen. Meer nog dan vroeger zal de bouwheer er derhalve zelf voorafgaandelijk moeten op toezien dat de aannemer, met wie hij wenst te contracteren, wel in staat is om het werk kwalitatief uit te voeren.

 

 

 

[1] Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 heft met ingang van 1 januari 2019 de volgende besluiten op: het koninklijk besluit van 29 januari 2007 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten van het bouwvak en van de elektrotechniek, alsook van de algemene aanneming en het koninklijk besluit van 21 december 1974 tot bepaling van de eisen tot uitoefening van de beroepswerkzaamheid van installateur-frigorist in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen, BS 23 november 2018.

[2] Voor aannemers in de bouwnijverheid bestaat deze vestigingswetgeving in hoofdzaak uit de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap en het koninklijk besluit van 29 januari 2007 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten van het bouwvak en van de elektrotechniek, alsook van de algemene aanneming (hierna het ‘KB van 29 januari 2007’).

[3] D.i. richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals onder meer gewijzigd door richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013.

[4] Sinds de zesde staatshervorming zijn de gewesten in beginsel bevoegd voor de toegang tot het beroep en de vestigingsvoorwaarden.

[5] Deze absolute nietigheid van de aannemingsovereenkomst houdt onder meer in dat de rechter deze nietigheid ambtshalve moet opwerpen, elke belanghebbende deze nietigheid kan inroepen en dat de aannemer noch bouwheer een absoluut nietige aannemingsovereenkomst kan bevestigen.

[6] Bergen (2e k.) nr. 2014/RG/907, 29 maart 2016, Res. Jur. Imm. 2016, afl. 4, 347 (besproken in mijn nieuwsbrief van november 2017). Zie in dezelfde zin ook Rb. Brussel 23 mei 2017, T. Aann. 2018, afl. 3, 265, noot EKIERMAN, I.

[7] De Waalse – en de Brusselse Gewestregering hebben voorlopig het KB van 29 januari 2007 niet afgeschaft, zodat er voor de Vlaamse aannemer heden onduidelijkheid bestaat in welke mate de Brusselse en Waalse vestigingsvoorwaarden voor hen zullen gelden (zie in dezelfde zin: Bericht Bouwunie van 17 september 2018, Bouwunie ontevreden met afschaffing Vlaamse vestigingswet bouw, www.bouwunie.be/nl/news/afschaffing-vestigingswet-bouw).


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • overheidsopdrachtenrecht
  • privaat aannemingsrecht
  • vastgoedrecht
  • vastgoedfiscaliteit
  • Ik heb de privacyverklaring gelezen en aanvaard