Advocaat Tim Van Cauter

Advocaat Waregem: Tim Van Cauter


Het niet-indienen van een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar tijdens het openbaar onderzoek van een omgevingsvergunningsaanvraag belet niet langer de beroepsmogelijkheden van het betrokken publiek

- April 2019 -
Voor omgevingsvergunningsaanvragen ingediend vanaf 30 december 2017 kon het betrokken publiek (zoals omwonenden) niet langer beroep instellen tegen de omgevingsvergunning indien het naliet een gemotiveerd standpunt, bezwaar of opmerking tijdens het openbaar onderzoek omtrent deze omgevingsvergunningsaanvraag te formuleren. Het Grondwettelijk Hof vernietigt deze beperking in zijn arrest van 14 maart 2019.

Het openbaar onderzoek. Indien men in het Vlaamse Gewest een omgevingsvergunning wenst te bekomen, zijn er 2 mogelijke procedures te volgen: de vereenvoudigde procedure en de gewone procedure. Dient de gewone procedure te worden toegepast dan moet er omtrent de vergunningsaanvraag een openbaar onderzoek worden georganiseerd[1]. Gedurende het openbaar onderzoek kan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn standpunten, opmerkingen en bezwaren omtrent de vergunningsaanvraag in beginsel aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente meedelen waar de vergunningsaanvraag zal worden uitgevoerd[2].

Beperking van de beroepsmogelijkheden indien geen bezwaar tijdens het openbaar onderzoek. Ingevolge het decreet van 8 december 2017[3] kon ‘het betrokken publiek’[4] in beginsel niet langer een administratief beroep of een beroep bij de Raad voor Vergunningenbetwistingen inleiden tegen vergunningsbeslissingen indien het niet voordien, tijdens het openbaar onderzoek, een gemotiveerd, opmerking of bezwaar had ingediend m.b.t de vergunningsaanvraag. Met deze beperking beoogde de decreetgever o.m. een doelmatigere besluitvorming en het bieden van een snelle rechtszekerheid voor de vergunninghouder[5].

Vernietiging van deze beperking door het Grondwettelijk Hof. Deze decretale beperking werd door het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 14 maart 2019 vernietigd. Volgens het hof leidt deze beperking tot een onevenredige beperking van het betrokken publiek tot de rechter.

In tegenstelling tot wat geldt in de fase van het administratief beroep (bvb. bij de deputatie) alsook in tegenstelling tot het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, heeft het betrokken publiek, volgens het hof, op het moment van het openbaar onderzoek, immers nog geen kennis van de beoordeling van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid, noch van de eventueel uitgebrachte adviezen. Het openbaar onderzoek heeft enkel betrekking op de vergunningsaanvraag.

Het is volgens het Grondwettelijk Hof dan ook niet verantwoord het betrokken publiek te verplichten om reeds een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen op een ogenblik dat het nog niet over alle relevante informatie beschikt, teneinde zijn toegang tot het administratief en jurisdictioneel beroep te vrijwaren[6].

Gevolgen van het vernietigingsarrest. De vergunningsbeslissingen genomen vanaf 30 december 2017[7], die nog niet definitief zijn, blijven vatbaar voor beroep ook al heeft het betrokken publiek geen gemotiveerd standpunt, bezwaar of opmerking tijdens het openbaar onderzoek n.a.v. de vergunningsaanvraag geformuleerd. Definitief geworden vergunningsbeslissingen, waartegen geen beroep meer mogelijk is (ook al zijn het beslissingen genomen vanaf 30 december 2017), worden niet beïnvloed door het arrest en blijven definitief[8].

 

[1] Art. 23 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 oktober 2014. De gewone procedure is de standaardprocedure. Zij zal in de meeste gevallen worden toegepast. In een limitatief bepaald aantal gevallen zal de vereenvoudigde vergunningprocedure van toepassing zijn (bv. In geval van een beperkte verandering van een vergund project).

[2] Art. 26 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, BS 23 februari 2016.

[3] M.n. het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS 20 december 2017 (hierna ‘het decreet van 8 december 2017’).

[4] Het betrokken publiek werd vroeger omschreven als ‘de belanghebbende derde’, met name in hoofdzaak de derde die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van de afgifte of de bijstelling van een omgevingsvergunning of van de vergunningsvoorwaarden.

[5] Memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, Parl. St. Vl. Parl. 2016-2017, nr. 1149/1, p. 147-148.

[6] GwH 14 maart 2019, nr. 46/2019, overw. B.5.2 – B.5.6.

[7] D.i. de datum van inwerkingtreding van het decreet van 8 december 2017.

[8] GwH 14 maart 2019, nr. 46/2019, overw. B.7.2 en MAES, A., “Grondwettelijk Hof fluit beperking beroep in codextrein terug”, Juristenkrant 2019, afl. 387, p. 2.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • overheidsopdrachtenrecht
  • privaat aannemingsrecht
  • vastgoedrecht
  • vastgoedfiscaliteit
  • Ik heb de privacyverklaring gelezen en aanvaard