Advocaat Tim Van Cauter

Advocaat Waregem: Tim Van Cauter


De Raad van State en de schadevergoeding tot herstel: de schorsing van de gunningsbeslissing volstaat voor de Raad van State niet om te oordelen over een verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde inschrijver

- Mei 2019 -
Een aanbestedende overheid wiens gunningsbeslissing door de Raad van State wordt geschorst, trekt haar gunningsbeslissing doorgaans in. Een schorsingsbeslissing volstaat voor de Raad van State echter niet om over een verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde inschrijver te beoordelen ook al heeft de aanbestedende overheid ingevolge haar bestreden beslissing ingetrokken.

 

Schadevergoeding tot herstel. Sinds 1 juli 2014 is het voor de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, mogelijk om een schadevergoeding tot herstel toe te kennen aan een verzoekende partij die de nietigverklaring vordert van o.m. een gunningsbeslissing[1]. Voordien diende de verzoekende partij, die zich benadeeld achtte door de gunningsbeslissing van een aanbestedende overheid, zich hiervoor steeds tot de burgerlijke rechter te wenden.

Doel van de bevoegdheid. Deze bevoegdheid van de Raad van State om een schadevergoeding toe te kennen, heeft tot gevolg dat een inschrijver voor een overheidsopdracht die een onwettigheid m.b.t. een gunningbeslissing door de Raad van State heeft laten vaststellen, kan vermijden om de zaak bij de burgerlijke rechter aanhangig te moeten maken om een vergoeding te krijgen voor het nadeel dat ze als gevolg van de onwettig bevonden gunningsbeslissing heeft geleden. Dit heeft een belangrijk proceseconomisch voordeel voor de benadeelde inschrijver.

Intrekking van de gunningsbeslissing. Indien een benadeelde inschrijver zijn kansen wil gaaf houden op de gunning van een overheidsopdracht dan moet hij, in voorkomend geval, binnen een wachttermijn van 15 dagen na kennisgeving, de gunningsbeslissing bestrijden bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, door het instellen van een schorsingsprocedure (bij uiterst dringende noodzakelijkheid).

Indien de Raad van State meent dat de gunningsbeslissing aangetast is door een klaarblijkelijke onwettigheid zal de Raad van State de gunningsbeslissing schorsen en kan de aanbestedende overheid de overheidsopdracht niet toewijzen aan de weerhouden inschrijver. In de praktijk gaat de aanbestedende overheid in geval van schorsing door de Raad van State doorgaans over tot de intrekking van de bestreden gunningsbeslissing.

Geen ontvankelijk verzoek tot schadevergoeding bij de Raad van State mogelijk indien niet tijdig een vernietigingsberoep werd ingesteld. De benadeelde inschrijver kan geen verzoek tot schadevergoeding bij de Raad van State inleiden indien de gunningsbeslissing enkel werd geschorst maar niet werd vernietigd door de Raad van State. Dit vernietigingsberoep zal niet voorliggen in het kader van het overheidsopdrachtencontentieux, indien de benadeelde inschrijver de beslissing van de Raad van State n.a.v. zijn schorsingsberoep afwacht alvorens een vernietigingsberoep in te stellen.

Volgens de Raad van State is geen ontvankelijk verzoek tot schadevergoeding bij haar rechtscollege mogelijk indien dit verzoek niet ofwel gelijktijdig met het vernietigingsberoep, ofwel tijdens de vernietigingsprocedure ofwel ten laatste binnen de 60 dagen na de kennisgeving van het arrest waarbij de onwettigheid werd vastgesteld.

Een schorsingsarrest kan niet zonder meer worden gelijkgesteld met een arrest waarbij de onwettigheid werd vastgesteld in de zin van artikel 11bis van de Raad van State-wet. Er dient immers een arrest voor te liggen waarin de Raad van State definitief de onwettigheid van de gunningsbeslissing heeft vastgesteld. De omstandigheid dat de benadeelde inschrijver, ingevolge de intrekking van de gunningsbeslissing, geen afzonderlijk vernietigingsberoep meer kon instellen tegen de gunningsbeslissing (omdat dit beroep doelloos zou zijn), noopt volgens de Raad van State niet tot een ander standpunt[2].

Enkel verzoek tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter. Een benadeelde inschrijver die met succes de gunningsbeslissing van een aanbestedende overheid door de Raad van State heeft laten schorsen, maar geen vernietiging van de gunningsbeslissing heeft bekomen omdat de aanbestedende overheid de geschorste gunningsbeslissing heeft ingetrokken, zal zich derhalve (binnen een termijn van 5 jaar na de schorsing) tot de burgerlijke rechter moeten wenden indien hij alsnog een schadevergoeding voor dit nadeel wenst.

 

[1] Art. 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973, zoals ingevoegd door de wet van 6 januari 2014 (hierna de ‘Raad van State-wet’).

[2] RvS nr. 242.565 van 9 oktober 2018, BVBA Creative Resin Solutions, overw. 11.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • overheidsopdrachtenrecht
  • privaat aannemingsrecht
  • vastgoedrecht
  • vastgoedfiscaliteit
  • Ik heb de privacyverklaring gelezen en aanvaard