Advocaat Tim Van Cauter

Advocaat Waregem: Tim Van Cauter


Bezwaar tegen gemeentebelastingen: opletten met de laatste dag van de bezwaartermijn

- Mei 2020 -
Bezwaarschriften tegen gemeentebelastingen die het onroerend bezwaren, worden nog vaak middels aangetekende brief bij het college van burgemeester en schepenen ingediend. Men wacht als belastingschuldige evenwel best niet tot de laatste dag van de bezwaartermijn om deze brief te verzenden.

Diverse gemeentebelastingen. Op grond van hun fiscale autonomie kunnen gemeenten diverse gemeentebelastingen vestigen. Gemeenten kunnen ook belastingen vestigen die het zakelijk recht m.b.t. een onroerend goed bezwaren, zoals de gemeentelijke heffing inzake ongeschikt- en onbewoonbaar verklaarde woningen, de gemeentelijke leegstandsheffing op woningen en gebouwen, de gemeentelijke heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen, de gemeentelijke heffing op onbebouwde percelen en de gemeentelijke heffing op tweede verblijven.

Vlaams decreet van 30 mei 2008. Wie als belastingschuldige een bezwaar wenst in te dienen tegen een gemeentebelasting gevestigd door een gemeentebestuur van het Vlaams Gewest, moet zich schikken naar de procedurevoorschriften van het decreet van 30 mei 2008[1]. Overeenkomstig art. 9, tweede lid, van dit decreet moet het bezwaar schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Aanvangs- en einddatum van de bezwaartermijn. De aanvangsdatum van de bezwaartermijn start op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Deze datum wordt op dezelfde wijze bepaald als inzake de inkomstenbelastingen[2]

Binnen de voorgeschreven termijn van drie maanden moet het bezwaar tegen de gemeentebelasting ingediend zijn. Deze termijn is op straffe van verval voorgeschreven: een bezwaarschrift dat na deze termijn wordt ingediend, zal m.a.w. niet meer in overweging worden genomen.

Volgens recente rechtspraak is een bezwaar overeenkomstig artikel 9 van het voormelde decreet ingediend op de datum dat het bezwaarschrift de bevoegde overheid bereikt[3]. Dit impliceert derhalve dat niet de datum van verzending van het bezwaarschrift, maar wel de datum waarop het aan de bevoegde overheid wordt aangeboden, bepalend is om te beoordelen of het bezwaar tijdig is ingediend. Inzake de inkomstenbelastingen wordt m.b.t. deze einddatum voorzien dat indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij aangetekende brief, de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening geldt. Het voormelde Vlaams decreet bevat dit voorschrift niet.

Schending van het gelijkheidsbeginsel? In een recent arrest van 19 maart 2020 heeft het Hof van Cassatie ontkend dat de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als einddatum van de indiening van het bezwaarschrift ook inzake lokale belastingen geldt.

Gelet op o.m. de onzekerheid die hieruit voortvloeit voor de belastingschuldige omtrent de einddatum van de bezwaartermijn heeft het Hof van Cassatie in zijn arrest van 19 maart 2020 aan het Grondwettelijk Hof de vraag gesteld of deze verschillende regeling aangaande de einddatum van indiening van het bezwaarschrift tussen lokale belastingen enerzijds en inkomstenbelastingen anderzijds geen schending van het gelijkheidsbeginsel inhoudt.

Advies. In afwachting van het arrest van het Grondwettelijk Hof over deze vraag is het als belastingschuldige aangewezen om niet tot de laatste dag van de bezwaartermijn te wachten om zijn bezwaarschrift bij aangetekende brief tegen een gemeentebelasting in te dienen[4].

 

[1] D.i. het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, BS 4 juli 2008.

[2] Art. 371 Wetboek Inkomstenbelastingen.

[3] Cass. 19 maart 2020, nr. F.19.0023.N, Machiels Building Solutions NV.

[4] Voor de volledigheid is te noteren dat het bezwaarschrift niet noodzakelijk middels aangetekende brief moet worden ingediend. Dit kan ook via duurzame drager (bvb. email) indien de bevoegde overheid in deze mogelijkheid voorziet (art. 9 § 1, derde lid van het decreet van 30 mei 2008 en Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel, BS 22 augustus 2008).


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

  • overheidsopdrachtenrecht
  • privaat aannemingsrecht
  • vastgoedrecht
  • vastgoedfiscaliteit
  • Ik heb de privacyverklaring gelezen en aanvaard